Klassenpost in het nieuwe curriculum

Leerlingen beschikken van jongs af aan over een creatief vermogen om uiting te geven aan eigen ideeën, ervaringen, gedachten en gevoelens. Leerlingen verkennen en ontwikkelen door taal hun eigen identiteit en hun relatie tot anderen. Ze leren hun eigen ideeën, ervaringen, gedachten en gevoelens uit te drukken en maken door middel van taal hun keuzes en intenties duidelijk. Met taal geven leerlingen betekenis aan de wereld, zijn ze in verbinding met anderen en kunnen ze gevoelens, ervaringen, meningen en feiten onder woorden brengen en anderen begrijpen.

In het referentiekader taal en het vernieuwde curriculum staat voor het PO, VO en MBO in de doorlopende leerlijnen omschreven wat leerlingen moeten kennen en kunnen binnen het leergebied Nederlands. De basis is goed leren lezen, schrijven, spreken en luisteren.

Het leergebied Nederlands werkt mee aan de kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming van leerlingen. Dat gebeurt vanuit drie kerninhouden die sterk met elkaar samenhangen:

  • Taal & communicatie
  • Taal & cultuur
  • Taal & identiteit

De samenhang tussen deze drie kerninhouden vormen binnen Klassenpost een betekenisvolle meerwaarde. Tijdens het uitvoeren van Klassenpost versterken leerlingen hun individuele taalcompetentie en zelfvertrouwen in de schrijfhandeling en onderlinge interactie.

Er is binnen de realistische opzet van Klassenpost expliciet aandacht voor kwalitatief goede interactie om de taal- en denkontwikkeling van leerlingen te bevorderen. Leerlingen werken vanuit een praktische context aan hun taalbewustzijn en taalleervaardigheden, zodat ze doelgericht kunnen communiceren en hun taalgebruik ontwikkelen. Tijdens Klassenpost leren leerlingen feedback gebruiken in nieuwe situaties en ze ontwikkelen hun spreek- en schrijfdurf.